Educatief allerlei

 

 

Educatief allerlei (14)

Beleef de lente (2)

Het is alweer jaren geleden dat ik een blauwborst hoorde zingen. Het was aan de oostrand van de Oostvaarders Plassen. Op weg naar een kijkhut verscheen hij in een struik naast het pad. Trekt zich niets van mij aan. Schetterde het uit.

Lars Jonsson omschrijft de zang alsvolgt in zijn gids “Vogels van Europa”: zeer variabel, een eindeloze vloed van heldere, melodieuze tonen, haastige trillers en versnellende kloktonen.

Nu ik alweer 10 jaar in Noord-Limburg woon wilde ik het wel weer eens life horen. Dus 23 april stond in de agenda ‘IVN excursie te Griendtsveen’. Maar het liep anders. Een lift naar Zwitserland. In plaats van de Mariapeel wandelde ik nu langs de Limmat, een overloop van de Zürichsee die uitmondt in de Aare, een zijrivier van de Rijn. Luisterde naar Heggemus en Merel en keek naar twee kopschuddende Futen. In een parkvoličre alarmeerde een stel steltkluten. Tussen hen in liep een pas geboren kuiken op wankele pootjes, achter de toeschouwers passeerde een kat…

De eerste week van mei is het feest in de tuin: een zanglijster schettert vanuit de tamme kastanjem de vlier of de vederesdoorn. Ook voor hem ben ik bij Lars gaan kijken: ‘Rijke, luide zang afgewisseld met zachte fluittonen en imitaties opgebouwd uit kort afgekapte frasen’.

De zanglijster zingt vooral in de avondschemering. Nu deze weer effe niet: de zang vult gehele dagen. Wat een energie, wat een drukte. 8 mei is het stil, ik hoop maar op een positieve afloop.

In de vijver is het ook een drukte van belang. Overal grazen zwarte paddenvisjes de bladeren van het krabbenscheer af. De larfjes zijn nog klein, zal wel te maken hebben met al die koude nachten in april. Als ze groot genoeg zijn gaan ze over op een dierlijk dieet. Zal wat moeten bijvoeren, willen er in juli kleine padjes in de tuin rondscharrelen.

Alweer jaren geleden fietsten we over de Houtribdijk door de IJsselmeer naar het zuiden. 30 april, Fluitekruidvakantie. Groepjes gierzwaluwen vlogen ons tegemoet , gigantische hoeveelheden dansmugjes vulden onze t-shirts op.

Ook deze eerste mei-week kijk ik telkens omhoog. Tuur de hemel af. Pas op 9 mei draaien twee gierzwaluwen boven de tuin hun fourageerrondjes. Eindelijk, al zijn het er maar twee…


Langs ’s heren wegen


Sinds 11 december vorig jaar de bus uit Oirlo verdween wandel ik twee of drie keer per week naar de halte in het naburige Oostrum. De berm langs het fietspad heeft dan vooral mijn aandacht. Begin mei zijn er veel molshopen. Ik heb afgelopen weken al twee keer m’n wandelstok in een molsgat voelen verdwijnen. In deze week valt me ook de verschillen in ontwikkeling van de bermplanten op. Het matvormige gras is nog geen 15 cm hoog. De kruipende boterbloem gaat daar in mee, de bloemkommetjes staan tussen de uiteinden van de grasspiertjes. Zode-vormende grassen zijn al gauw twee keer zo hoog en vormen dichte pollen. Boerenwormkruid doet dat ook, al zijn de planten erg hoog. Grassen met lange wortelstokken, zoals vossenstaart steken hun aartjes al ver boven de rest uit.

De berm grenzend aan bedrijventerrein Hulst 3 bevat veel ridderzuring. Dat maakt de berm ruiger. De dikke wortelstokken bevatten het voedsel voor de grote zurige bladeren. Waar de berm grenst aan een bosjes bloeien stinkende gouwe en fluitenkruid. Ook zij steken ruim boven de bermvegetatie uit. Al is vooral het fluitenkruid niet zo vol en hoog als in voedselrijkere bermen.

Hier de ets van bladzijde 106

 

 

 


Deze ets van Willem Minderman is geleend uit ‘Langs ’s heren wegen’ van Ton Kwinkelenberg, 1979, Spectrum Natuurgids. Een bermzode met Madeliefjes en boterbloem.

Wordt vervolgd, Wim Jongejans


 

 

 

 

IVN Geysteren Venray