Excursie Vogelwerkgroep  

 

 

Excursie Vogelwerkgroep 17 mei 2014
Wat is er op een zonnige lentemorgen mooier dan het geluid van een baltsende veldleeuwerik? Het geluid van tien baltsende veldleeuweriken. Helaas hebben door de intensivering van de landbouw in Noordwest-Europa de akker- en weidevogels in het algemeen en in Nederland in het bijzonder de veldleeuwerik sterk te lijden gehad van de ontwatering en schaalvergroting van het landschap. Sinds 1960 is bijvoorbeeld het aantal broedparen van veldleeuweriken in Nederland met 80% afgenomen door het verdwijnen van de droge schrale graslanden. Verdwijnt de veldleeuwerik nu overal in Nederland? Nee, gelukkig zijn er nog een aantal laatste plekken aanwezig waar de veldleeuwerik zich weet te handhaven en soms zelfs nog weet uit te breiden.

Naar één van die laatste oasen, de Luchtmachtbasis Volkel, zijn zaterdag 17 mei een aantal leden uit de diverse vogelwerkgroepen op excursie geweest. Bij de poort van de basis werden we opgewacht door de vogelwacht, adjudant Henk Heijmans, die ons de verdere ochtend met een geel busje van de verkeersleiding over en langs de startbanen rond reed, uitleg gaf en regelmatig stopte om ons de gelegenheid te geven met de kijkers aan de slag te gaan.
Onder het rijden kregen we voorlichting over de taken van een vogelwacht bij de luchtmacht en hoe geprobeerd wordt door gericht beheer de kans op aanvaringen zo klein mogelijk te houden.
De graslanden worden niet bemest, één keer per jaar gemaaid (augustus) en het maaisel verwijderd om de grond zo arm mogelijk te houden. Samen met een goede afwatering zorgt dit voor het ontstaan van soortenrijke schrale graslanden.

Door dit verschralingsbeheer om de grotere vogels te weren, blijken de veldleeuweriken zich nu uitstekend thuis te voelen tussen de startende en landende militaire vliegtuigen (2013: ongeveer 40-50 broedterritoria). Terwijl landelijk sprake is van een negatieve trend in het aantal territoria, is de trend op de schrale graslanden van de verschillende luchtmachtbasis in Nederland omgekeerd en positief geworden (Niels Gilissen, Landelijke SOVON dag 2013). In plaats van veldleeuwerik zou je deze vogels met wat goede wil dus ook wel vliegveldleeuweriken kunnen noemen.
Na nog geen 800 m was het al raak met een eerste groep van veldleeuweriken die hun uiterste best deden om de aandacht van de vrouwtjes te trekken. Er zouden op verschillende andere plaatsen nog meerdere groepen volgen.

Naast de veldleeuweriken werden de volgende soorten gespot: Boerenzwaluw, Boompieper, Buizerd, Ekster, Fitis, Gaai, Gekraagde Roodstaart, Gele Kwikstaart, Gierzwaluw, Grasmus, Groene Specht, Kauw, Kievit, Kneu, Kwartel, Paapje, Roodborsttapuit, Spreeuw, Tapuit, Tjiftjaf, Torenvalk, Veldleeuwerik, Waterhoen, Winterkoning, Witte Kwikstaart, Zwartkop. Ook bleek op de basis een dassenburcht aanwezig.

Bij het bekijken van de kneuen en kwikstaarten hoorde Geert plotseling het geluid van een kwartel. Vogelwacht Henk belde onmiddellijk een bevriende vogelaar die binnen 10 minuten van Sint-Anthonis naar de vliegbasis kwam gevlogen om de kwartel te kunnen vangen en te ringen. Deze man bleek deel te nemen aan een Europees samenwerkingsproject van de Universitat de Barcelona.
Vanaf een flinke afstand mochten we toekijken hoe dat vangen in zijn werk ging. Na het lokaliseren van de kwartel werd op ruime afstand van de kwartel over de lage begroeiing een net van 20x20m uitgelegd. Vervolgens wordt met een iPod het geluid van een vrouwtjeskwartel afgespeeld waarop het mannetje niet weet hoe snel hij zich naar het geluid moet spoeden (dus beslist geen dove kwartel). Wanneer de kwartel zich ruim onder het net bevindt staat de ringer op; de kwartel vlucht dan instinctief recht omhoog en komt zo in het net.

Vervolgens wordt de kwartel intensief gemeten en onderzocht en na uiteindelijk geringd te zijn weer in vrijheid gesteld; alles bij elkaar duurde het nog geen kwartier. De gegevens gaan naar Barcelona.
Al met al een geslaagde excursie met misschien wel niet zoveel soorten maar wel weer een hoop nieuwe wetenswaardigheden.

Soorteninventarisatie: Geert Custers, foto’s: Wim Gielen, verslag: Hendrik-Jan van Telgen



 

 

 

 

IVN afd. Geysteren/Venray